| Wat is GPS
| GPS staat voor Global Positioning System en is
in het leven geroepen en wordt onderhouden door de Amerikaanse
overheid. In eerste instantie met name bedoeld voor militaire
doeleinden. Het systeem bestaat uit een netwerk van 24
satellieten die in vaste banen rond de aarde draaien. Van de 24
satellieten zijn er maximaal 12 zichtbaar. De andere 12 bevinden
zich achter de horizon. Deze satellieten zenden signalen uit die
door GPS-ontvangers kunnen worden opgevangen en verwerkt. Met
behulp van deze informatie en een in de ontvanger ingebouwde
almanak kan de GPS-ontvanger de positie berekenen en de
verplaatsing registreren. |
 |
De GPS-ontvanger ziet alleen de satellieten die op dat moment boven
de horizon staan, meestal zijn dat er een stuk of zes. Overal ter wereld
zijn deze te ontvangen. Het GPS systeem vertelt je dus altijd tot op
enkele (10) meters nauwkeurig waar je op aarde bent. Steeds wordt de
positie opnieuw berekend waardoor het mogelijk is om snelheid , richting
en hoogte exact te bepalen. Hoewel het Global Positioning System een
heel geavanceerd oriëntatiemiddel is kent het systeem ook twee
beperkingen.
Beperkingen in ontvangst
Een GPS-ontvanger heeft een ingebouwde antenne om de signalen van de
satellieten te ontvangen. De signalen kunnen echter door allerlei
obstakels worden gehinderd of geblokkeerd. In huis is geen
positiebepaling mogelijk, omdat signalen niet door steen, beton en
metaal dringen. In steden zullen hoge gebouwen het zicht op de open
hemel belemmeren en daardoor het signaal verzwakken. In de natuur zullen
hoge rotsformaties hetzelfde bewerkstelligen. Ook een dicht bladerdak
kunnen een nauwkeurige positiebepaling bemoeilijken. Het is niet zozeer
het blad dat het signaal absorbeert, maar meer het vocht in het blad.
Het vinden van een open plek met redelijk zicht op de hemel is dan een
vereiste om een positie te kunnen bepalen.
Beperkingen in nauwkeurigheid
Wanneer een beperkt aantal satellieten wordt ontvangen is geen
nauwkeurige positiebepaling mogelijk. Er zijn minimaal 3 satellieten
nodig, maar hoe meer hoe beter de positiebepaling. Als de satellieten
dicht bij elkaar staan zal de nauwkeurigheid geringer zijn dan wanneer
zij meer gespreid staan.
Het voor burgers beschikbare satellietsignaal wordt door de Amerikaanse
overheid bewust onnauwkeurig gehouden. Als gevolg hiervan zal een
GPS-ontvanger zonder verplaatsing steeds een iets andere positie
aangeven. Er moet dus eerst voortbewogen worden om deze invloed teniet
te doen.
Ook atmosferische invloed of kleine afwijkingen in de baan van een
satelliet kunnen geringe afwijkingen in positie veroorzaken. Een
GPS-ontvanger geeft meestal een indicatie van de grootte van de
afwijkingen. Meestal is die afwijking niet erg groot, vaak niet meer dan
10 meter. Tijdens het geocachen kan dit het uiteindelijke vinden van de
cache wel erg bemoeilijken. Daarom wordt er meestal een laatste hint
toegevoegd bij een cache-omschrijving, meestal gecodeerd volgens het
ROT13 versleutelingsalgoritme.
Kaartdatum
| Kaartdatum heeft niets te maken met productiedatum, maar is
een cartografisch begrip. Onze aarde is niet mooi rond zoals
hiernaast is afgebeeld, maar meer een rugbybal met puisten. En
dat moet omgezet worden naar een regelmatig vlak wil je positie
kunnen bepalen. Kaartdatum is een combinatie van gebruikte
parameters om zo een referentiekader te creëren waardoor men
ligging van punten op het aardoppervlak kan weergeven en zo
posities te bepalen. |
 |
Sinds het begin van de cartografie zijn er vele pogingen gedaan. Zo
zijn er tal van kaartdatums ontstaan, vaak plaatselijk of landelijk
gebruikt. De keuze van een kaartdatum bepaalt de waarden van lengte- en
breedtegraad (m.a.w. de geografische coördinaten) van een punt op aarde.
De informatie over een kaartdatum van een stafkaart staan meestal
vermeld in de legenda.
Een internationale kaartdatum is het World Geodetic System 1984, kortweg
WGS84. De gebruikte kaartdatum bij geocaching is WGS84 en dient op de
GPS ingesteld te worden.
Coördinatenstelsels
Wanneer voldoende satellieten zijn ontvangen kan de GPS de positie
weergeven in coördinaten. Met een geografisch coördinatenstelsel wordt
een positie weergegeven door een breedtegraad (latitude) en een
lengtegraad (longitude).

Een breedtegraad geeft de noord-zuid positie aan en
wordt aangeduid ten opzichte van de evenaar. Ten noorden en ten zuiden
van de evenaar zijn denkbeeldige lijnen evenwijdig aan de evenaar
getrokken. Deze zijn genummerd van 0 (evenaar) tot 90 (beide polen)
noemt men graden. Om aan te geven of een coördinaat zich ten noorden of
ten zuiden van de evenaar ligt, wordt respectievelijk een N of een S aan
de coördinaat toegevoegd.
Haaks hierop staan de lengtegraden. Een lengtegraad geeft de oost-west
positie aan. Hiervoor zijn 360 denkbeeldige lijnen getrokken tussen de
beide polen, meridianen genaamd. Als nullijn is gekozen de meridiaan die
door de voormalige sterrenwacht van Greenwich loopt. Vanaf Greenwich
zijn er dus 180 meridianen (graden) in oostelijke richting (E) en 180
meridianen (graden) in westelijke (W) richting.
Eén graad wordt weer onderverdeeld in 60 minuten en de minuten nogmaals
in 60 seconden.
Met behulp van al deze lijnen kunnen we dus een positie weergeven die
dan deze notatie hanteert: hddd° mm'ss.s". H staat voor hemisphere, mm
voor minuten, ss voor seconden en s voor tienden van seconden.
Een andere notatie is hddd°mm.mmm. Deze wordt gebruikt bij het geocachen
en een coördinaat ziet er dan zo uit: N 50° 58.331 E 005° 52.859.
Hierbij zijn de seconden weergegeven in decimale minuten. Ook deze
instelling is zéér belangrijk bij geocaching!
|